Monte Zoncolan

Toen de Monte Zoncolan voor het eerst werd aangekondigd in het routeschema van de Giro in 2003 deed het meteen een siddering door het peloton gaan. Net als met de Angliru in Spanje, die een paarjaar eerder door de organisatie van de Ronde van Spanje werd ontdekt, was er vooral angst voor het onbekende. Niemand wist precies hoe de berg eruit zag, waar die lag, een mysterie dat ontrafeld diende te worden. In een uithoek van de provincie Friuli, ingeklemd tussen Oostenrijken Slovenië. In 2003 was de nieuwe weg naar het lokale wintersportoord pas klaar. Het oude paadje, dat nog uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog stamde ging maar tot 1300 meter en dat volstond uiteraard niet voor het beloofde spektakel. Niet dat de ‘nieuwe’ Zoncolan bekendstaat om zijn duizelingwekkende hoogte, de top ligt al op 1735 meter. Nee, het is de steilte die de rennerslijven laat kraken. Vanuit Ovaro in het westen, vanwaar de klim altijd aangevangen wordt (op 2003 na) start de berg meteen met een kilometertje a 7,6 procent om daarna te stijgen naar 11,3 procent in de tweede kilometer. Daarna volgt een klein stukje relatief vlak waarna de klim pas echt begint. Gedurende vijf helse kilometers schommelen de stijgingspercentages tussen 12 en 19 procent. Pas in de laatste vijf kilometers vlakt de Zoncolan enigszins af om er in de ultimo chilometro nog eens een 10,6 procent tegenaan te gooien. Met recht kunnen we hier spreken over een onmenselijk zware col. Zelfs de lichtste klimmertjes schokschouderen hier hun weg naar de top. Qua adembenemende panorama’s mag de Zoncolan zich dan misschien niet in het rijtje Stelvio of Gavia plaatsen, als het gaat om gemiddelde stijgingspercentages is de Zoncolan in heel Italië ongeëvenaard. In tien kilometers worden er 1210 hoogtemeters overwonnen tegen een gemiddeld stijgingspercentage van 12,1 procent. Met andere woorden, een moordenaar. Dit jaar wordt het pas de vierde keer dat de Zoncolan in het routeschema van de Giro wordt opgenomen. In 2003 was het Gilberto Simoni die zijn roze trui verstevigde door naaste concurrent Stefano Garzelli op achterstand te fietsen. Het was ook een van de laatste kunstjes van Marco Pantani die slechts 43 seconden toegaf op Simoni. Een jaar later werd er om Il Pirata’ gerouwd nadat hij het leven liet na een overdosis cocaïne. Vier jaar nadien werd de Zoncolan voor een tweede keer opgenomen in het parkoers van de Ronde van Italië. Ook in 2007 was’’Gibo’ Simoni de beste voor ploegmaat Leonardo Piepoli en de op dat moment piepjonge Andy Schleck. Vorig jaar werd de gevreesde Zoncolan bedwongen door winnaar Ivan Basso. Hij reed rozetrui drager David Arroyo op bijna vier minuten, maar nadien moest hij nog altijd drie en een halve minuut goedmaken op de Spanjaard. Iets wat hem trouwens ook glansrijk lukte. De veertiende etappe van de Giro van dit jaar lijkt extra zwaar te worden, omdat de Zoncolan het slotstuk is na een uiterst bergachtige dag. Met de start in het Oostenrijkse Lienz worden er voor de Zoncolan al vier passo’s beklommen met als voorlaatste berg de Monte Crostis, die zelfs nog hoger is dan de Zoncolan zelf.

Advertenties